mechanicus

mannelijk (de)/meˈxaniˌkʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een technisch geschoold persoon die beroepshalve reparaties verricht aan en onderhoud doet van apparaten en met name van auto's
    De circa zestig auto’s komen uit een lange tijd veronachtzaamde verzameling van de in 1996 overleden West-Franse carrosseriebouwer, mechanicus en transportondernemer Roger Baillon. Reformatorisch Dagblad 06-02-2015 [https://www.rd.nl/vandaag/buitenland/vergeten-oldtimers-brengen-miljoenen-op-1.448181 Vergeten oldtimers brengen miljoenen op]
    De 23-jarige Jordan McIldoon uit Brits Colombia zou binnenkort beginnen aan een nieuwe opleiding en werkte als leerling-mechanicus. Samen met zijn vriendin Amber Bereza was hij op het festival aanwezig. Jordan stierf in de armen van een andere festivalgangster, die hij niet kende. Tubantia 03-10-17 [https://www.tubantia.nl/buitenland/hannah-35-kon-de-wereld-verlichten-met-haar-glimlach~a353a3b7/ 'Hannah (35) kon de wereld verlichten met haar glimlach']

Etymologie

* afleiding van mechaniek