monteur
mannelijk (de)/mɔnˈtør/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep), (techniek) deskundige die machines, apparaten, leidingen e.d. in elkaar zet of herstelt
Etymologie
* van monteren
Vertalingen
Engelsmechanic
Fransmonteur
DuitsMonteur
Spaansmecánico
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek