mal

mannelijk (de)/mɑl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) holle gietvorm
    Het ijzer wordt in een mal gegoten.
  2. techniek (techniek) grafische vorm die voor herhaaldelijk gebruik is bedoeld
    Een mal voor meermalig gebruik.

Etymologie

#ondoordacht

Vertalingen

Engelssilly, mold, mould
Franssot, moule
Duitsverrückt, irre, malle
Spaanstonto, bobo, necio