list

vrouwelijk (de)/'lɪst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een oplossing voor een probleem waardoor tegenstrevers worden verrast, in ongunstige zin: slim bedrog
    Het houten paard was een list om Troje binnen te komen.
  2. verouderd (verouderd) het vermogen om een oplossing die tegenstrevers verrast, te bedenken

Etymologie

*list werd al in de 13e eeuw gebruikt in de betekenis van van kennis, handigheid

Uitdrukkingen

  • De firma List & Bedrog (aanduiding van een onbetrouwbaar bedrijf)

Vertalingen

Engelstrick, ruse, cunning
Fransruse, ruse
Duitssnare, List, List