lik

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aanraking met de tong
    Geef hier een lik aan.
  2. klein beetje substantie
    Doe er nog maar een likje extra bij
  3. informeel, juridisch, misdaad (informeel) (juridisch), (misdaad) gevangenis
    Die overvaller zit nu in de lik.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘Bargoens: gevangenis’ voor het eerst aangetroffen in 1858