lik
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- aanraking met de tongGeef hier een lik aan.
- klein beetje substantieDoe er nog maar een likje extra bij
- (informeel) (juridisch), (misdaad) gevangenisDie overvaller zit nu in de lik.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘Bargoens: gevangenis’ voor het eerst aangetroffen in 1858
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek