lik op stuk

mannelijk (de)/lɪk ɔpˈstʏk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onmiddellijke bestraffing op een ongewenste gedraging of rechtstreekse en gevatte reactie op een (meestal vervelende) opmerking
    De kwaaie apen dachten een poets te kunnen bakken, maar kregen van de leraar lik op stuk.

Etymologie

*(coll), als uitdrukking aangetroffen vanaf 1887