levensloop

mannelijk (de)/ˈlevə(n)sˌlop/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de wijze waarop iemands leven zich ontwikkelt
    Zijn levensloop is een boeiend verhaal van overwinningen en nederlagen.
  2. verkorting van levensloopregeling

Etymologie

* In de betekenis van ‘iemands leven’ voor het eerst aangetroffen in 1714