levensechtheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het helemaal overeenkomen met de levende werkelijkheid... alsof ze juist wil onderstrepen dat we naar schilderijen kijken, of duidelijk wil maken dat het uiteindelijk niet haar opzet is om met anderen te concurreren wat levensechtheid en precisie betreft.Blijft ongelukkig de keuze van Marco Braam als Dorus' muzikale gabber 'meneer Cor Steijn': de legendarische organist had meer levensechtheid verdiend.
Etymologie
* afleiding van levensecht
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek