levensbloem
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- eeuwenoud, geometrisch symbool van overlappende cirkels dat staat voor eenheid, harmonie, de oorsprong van al het leven, en de verbondenheid in het universum, met diepe spirituele betekenis en toegeschreven helende en harmoniserende werking
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek