levendigheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vol met leven zijnde, enthousiast, dartel, vitaliteit, animoMet veel levendigheid praatte de 100 jarige vrouw over haar jeugd en toen ze haar man had ontmoet.Allegro assai is een muziekterm die 'met grote levendigheid betekent
Etymologie
*afgeleid van levendig
Vertalingen
Spaansanimación, ardor, vitalidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek