leuterkous

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die veel kletst
    Sterk is Franssen in zijn mummelende pogingen de vrede te bewaren. En hoewel het genieten is van Anneke Blok als de vet aangezette zuipende zus, en Blanken als onverbiddelijke leuterkous soms droogkomisch uit de hoek komt, is het Franssen die met zijn spel ook ontroering teweegbrengt. Het Parool 15 november 2010 [https://www.parool.nl/kunst-media/franssen-zorgt-voor-balans-in-absurdisme~bd2cd98d/ Franssen zorgt voor balans in absurdisme]
    Zij wordt… kwaad. „Ouwe leuterkous! Je meent er niks van. Reformatorisch Dagblad Nico van der Voet 28-09-2010 [https://www.rd.nl/archief/2.727/2.729/complimenten-en-excuses-maken-is-moeilijk-1.245400 Complimenten en excuses maken is moeilijk]

Vertalingen

Engelschattering fool, waffler, rattle