praatjesmaker
mannelijk (de)/ˈpracəsˌmakər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vlotte prater
- iemand die zo maar wat vertelt om te imponeren of te misleidenEen paar maanden geleden heb ik in het openbaar gezegd dat ik Donald Trump nooit zou kunnen steunen. Mijn redenen waren eenvoudig en persoonlijk. Ik vond hem een weerzinwekkende narcist, maar vooral ook een eersteklas praatjesmaker, allesbehalve een leider. Weinig meer dan een spiegel die mee verandert met de mensen die hij spreekt. Ik verwacht nooit het met elke willekeurige president eens te zijn, maar de president moet in elk geval blijk geven van eigenschappen die ik mijn kinderen heb voorgehouden: vriendelijkheid, eerlijkheid, waardigheid, mededogen en respect. NRC Richard Hanna 3 augustus 2016
Vertalingen
Engelssmooth talker, Schmeichler, smooth talker
Fransbeau parleur, bavard, baratineur
DuitsRedner
Spaanshablador, fanfarrón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek