lentemaand

vrouwelijk (de)/ˈlɛntəmant/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdrekening (tijdrekening) de derde, vierde of de vijfde maand van het jaar
    Maart, april en mei zijn lentemaanden .
  2. oude naam voor de derde maand van het kalenderjaar

Etymologie

*[2] van Oudnederlands lentinmanoth, "maand waarin de lente begin"

Vertalingen

Engelsspring month
Fransmois (m) du printemps
DuitsFrülingsmonat