herfstmaand
vrouwelijk (de)/ˈhɛrfstmant/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (meteorologie) de negende, tiende of de elfde maand van het jaarSeptember , oktober en november zijn herfstmaanden .
- oude naam voor de negende maand van het kalenderjaar
Etymologie
*[2] uit Oudnederlands heruistmanoth en Middelnederlands herfstmaent;, aangezien de herfst in die tijd begint
Vertalingen
Engelsautumn month
Fransmois (m) d'automne
DuitsHerbstmonat
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek