kwets

mannelijk/vrouwelijk (de)/kwɛts/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) een ondersoort van de pruim met kleine, langwerpige, blauwe, weinig sappige vruchten
  2. fruit (fruit) vrucht van deze plant, een paarse kleine langwerpige pruim, met wat steviger vruchtvlees dan de gewone pruim (erg geschikt voor jam)

Etymologie

*van "Quetsche", in de betekenis van ‘pruim’ voor het eerst aangetroffen in 1758