koppen
/ˈkɔpə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (voetbal) een bal een stotende beweging met het hoofd gevenHij kopte hem het doel in.
- (ov), (tuinbouw) de kop verwijderenHij ging de tulpen koppen.
- iets met het kopje naar boven leggen
- (ov), (media) in een krantenkop vermeldenDat was zo belangrijk, hij moest het wel koppen.
- (intr) humeurig/wrokkig zijn, wrokken
- (intr), (spoorwegen) op een doodlopend spoor belanden
- (ov), (verouderd), (medisch) aderlaten met behulp van laatkoppen
Vertalingen
Duitsköpfen, köpfen, titeln
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek