koeskoezen
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (buideldieren) een familie van buideldieren uit de orde van de (Klimbuideldieren). Het zijn grote, in bomen levende planteneters, die meestal meer dan twee kilo wegen. Ze eten allerlei plantaardig voedsel en soms zelfs vlees
Etymologie
* "koeskoes" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek