koes

/kus/

Betekenis

tussenwerpsel
  1. verouderd (verouderd) uitroep naar een dier om een kalme houding in te nemen zonder geluid voort te brengen
    Geblaf dat samen met geblaat de nacht verscheurde. Stil Kunera, koes! schreeuwde hij, veel te luid.

Etymologie

*(verkorting) van koest dat weer teruggaat op "couche" "toi" "ga liggen", vergelijk "kusch"