knevelen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) binden, boeien
    De medewerker van het tankstation werd na de overval gekneveld achtergelaten.
  2. ov (ov) onderdrukken, de mond snoeren
    De dictator knevelt de vrije pers.

Vertalingen

Engelspinion, truss up, muzzle
Fransligoter, garrotter, bâillonner
Duitsknebeln
Spaansamordazar