knevel

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een prop, doek of stuk plakband waarmee iemand het spreken belet wordt
    Ze deden ruw een stuk plakband als knevel over zijn mond.
  2. een grote brede snor waarvan het lijkt dat deze het spreken zou bemoeilijken
    De mannen hadden indrukwekkende knevels.

Etymologie

* In de betekenis van ‘snor’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1560

Vertalingen

Engelsgag
DuitsKnebel, Schnurrbart