knevel
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een prop, doek of stuk plakband waarmee iemand het spreken belet wordtZe deden ruw een stuk plakband als knevel over zijn mond.
- een grote brede snor waarvan het lijkt dat deze het spreken zou bemoeilijkenDe mannen hadden indrukwekkende knevels.
Etymologie
* In de betekenis van ‘snor’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1560
Vertalingen
Engelsgag
DuitsKnebel, Schnurrbart
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek