knappen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (erga) hoorbaar zijdelings bezwijkenDe stok was klem komen zitten en in tweeën geknapt.
- produceren van een knappend, spetterend geluid door een brandend vuurhet haardvuur knapte gezellig.Op dat moment knapte het haardvuur, Lauritz rekte zich tevreden uit in zijn enorme fauteuil en deed zijn mond open om iets te zeggen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘een geluid (knap) maken, met een knap breken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573
Vertalingen
Engelscrack
Franscraquer
Duitsknacken
Spaanschasquear, crujir
Deenssmælde
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek