knappen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) hoorbaar zijdelings bezwijken
    De stok was klem komen zitten en in tweeën geknapt.
  2. produceren van een knappend, spetterend geluid door een brandend vuur
    het haardvuur knapte gezellig.
    Op dat moment knapte het haardvuur, Lauritz rekte zich tevreden uit in zijn enorme fauteuil en deed zijn mond open om iets te zeggen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘een geluid (knap) maken, met een knap breken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573

Vertalingen

Engelscrack
Franscraquer
Duitsknacken
Spaanschasquear, crujir
Deenssmælde