klerelijer
mannelijk (de)/ˈklerəˌlɛijər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (pejoratief) vervelend, hinderlijk persoon aan wie je een hekel hebtDie klerelijers van de politie hebben mij alweer een boete gegeven.
Etymologie
*samenstelling van klere = kolere = cholera en lijder
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek