klauwaap

mannelijk (de)/ˈklɑuwap/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) benaming voor aapjes uit de familie
    Een opmerkelijke verstekeling aan boord van een vlucht van Florida naar New York: iemand had een klauwaapje meegesmokkeld. Het dier gedroeg zich zo voorbeeldig, dat het gewoon op een stoel mocht gaan zitten. De passagiers hebben nog nooit zo’n leuke vlucht gehad.
    Een witoorpenseelaapje behoort tot de klauwapen, is piepklein en leeft in de Amazone-oerwouden in Brazilië. Het diertje uit Zevenaar is naar apenopvang AAP gebracht.