kinderjaren
meervoud/ˈkɪndərˌjarə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de periode waarin men nog kind is
- de periode waarin iets aan het begin van een ontwikkeling staatDriehonderd vrijwilligers hebben handmatig in vijf jaar vijfduizend ‘couranten’ uit de zeventiende eeuw getranscribeerd. Het leverde taalkundig projectleider Nicoline van der Sijs een schatkist aan materiaal op over de kinderjaren van de krant.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/11/26/zeventiende-eeuws-nederlands-beter-in-kaart-door-oude-kranten-a4912640 www.nrc.nl (26 nov 2025)]
Vertalingen
Spaansinfancia, niñez
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek