kindsheid
vrouwelijk (de)/ˈkɪntshɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- tijd van de kinderjaren
- (medisch) het verlies van mentale vermogens aan het eind van het leven waardoor ouderen even afhankelijk als kinderen worden
Etymologie
*Afgeleid van kinds
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek