kegel
mannelijk (de)/ˈke.xəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wiskunde) een meetkundig lichaam met een cirkel als grondvlak en uitlopend in een punt
- (spel) de flesvormige houten stukken van het kegelspel
- (biologie) elk van de kleurgevoelige zintuigcellen in het netvlies van het oog
- (informeel) naar alcohol stinkende adem
Etymologie
* In de betekenis van ‘conus’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1276
Vertalingen
Engelscone
Franscône
DuitsKegel
Spaanscono, bolo
Italiaanscono
Russischконус, кегля, сосулька
Turkskiy, koni, kiy
Poolsstożek, kręgiel
Zweedskon, kägla
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek