kegel

mannelijk (de)/ˈke.xəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiskunde (wiskunde) een meetkundig lichaam met een cirkel als grondvlak en uitlopend in een punt
  2. spel (spel) de flesvormige houten stukken van het kegelspel
  3. biologie (biologie) elk van de kleurgevoelige zintuigcellen in het netvlies van het oog
  4. informeel (informeel) naar alcohol stinkende adem

Etymologie

* In de betekenis van ‘conus’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1276

Vertalingen

Engelscone
Franscône
DuitsKegel
Spaanscono, bolo
Italiaanscono
Russischконус, кегля, сосулька
Turkskiy, koni, kiy
Poolsstożek, kręgiel
Zweedskon, kägla