conus
mannelijk (de)/'konʏs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kegel, kegelvormig voorwerpeen luidspreker heeft een conus die de lucht in trilling brengt
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘kegel’ voor het eerst aangetroffen in 1645
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek