kauwen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (m.b.t. voedsel) fijnmaken met de tandenRond elf uur hield ik het niet meer en nam één hap van mijn Snicker. Ik kauwde zorgvuldig om optimaal te genieten van de nougat, pinda’s, karamel en melkchocolade.
Etymologie
*(erfwoord) Van *kewwanan.
Vertalingen
Engelschew
Fransmâcher
Duitskauen
Spaansmasticar
Italiaansmasticare
Poolsżuć
Zweedstugga
Deenstygge
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek