kar
mannelijk/vrouwelijk (de)/kɑr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- voertuig (oorspronkelijk met twee wielen)
- (informeel) autoZo, dat is een mooi karretje dat je gekocht hebt.
Etymologie
*van Middelnederlands "carre", in de betekenis van ‘voertuig’ voor het eerst aangetroffen in 1240.Dit gaat via "car" (= standaard "char")) terug op Latijn "carrus"
Vertalingen
Engelscart, car
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek