karaat

onzijdig (het)/kaˈrat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een eenheid voor het gewicht van een edelsteen ter grootte van 200 milligram
    Wie de diamant van 15,38 karaat, de grootste in zijn soort, kocht is niet bekendgemaakt. NRC Bastiaan Nagtegaal 17 mei 2016
  2. het gehalte van een edelmetaal in een legering iedere karaat is 4 1/6 massa procent
    Onder het mom 'Make Christmas Great Again' heeft Donald Trump zijn aankomende presidentschap verder vercommercialiseerd. Hij heeft namelijke onlangs een nieuw item toegevoegd aan zijn webshop: een dingetje waarmee Amerikanen hun kerstboom kunnen opleuken. Het gaat om een Trump-cap op kerstbalformaat: een Make America Great Again-ornament, omrand met een laag van 24 karaats goud. NRC Trumpblog 2016 NRC

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘eenheid van diamantgewicht en goudgehalte’ voor het eerst aangetroffen in 1400

Vertalingen

Spaansquilate