judassen

/ˈjydɑsə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) bewust ergeren of bij herhaling uitdagend kwetsen
    Zij kunnen hem niet uitstaan en zij zijn hem altijd aan het judassen.
    Josje merkte wel dat die twee kleine krengen om haar te judassen naar haar steile haar staarden en haar zo de kast op probeerden te krijgen.
  2. ov, verouderd (ov) (verouderd) stiekem rapporteren aan autoriteiten
    Vertrouw hem niet, hij gaat alles judassen.

Etymologie

*: "judas" met de uitgang -en