sarren

/'sɑrən/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) voortdurend lastig vallen
    Als je een kat gaat sarren kun je wel eens een haal krijgen.
    Tibetanen die het Westen komen laten zien hoe rijk hun cultuur is, en ze doen dat om de Europeanen te attenderen op hun treurige lot: al bijna veertig jaar worden ze gesard door de Chinezen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘plagen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1357

Vertalingen

Engelsharass, nag, bait
Fransagacer, irriter
Duitsquälen, reizen
Spaansirritar