aanbrengen

/ˈambrɛŋə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) brengen naar
    Zij bracht de crème aan op haar gezicht.
    Haar nagellak was van dezelfde kleur en de make-up die ze droeg was zo zorgvuldig aangebracht dat het puur natuur leek.
  2. toevoegen, invoegen
    Nadat de zaal was schoongemaakt brachten we de versiering aan.
  3. werven
    Tijdens de ledenwerfactie was het de bedoeling dat ieder lid van de vereniging minstens één nieuw lid aanbracht.

Vertalingen

Engelsinstall, fit, inform on
Spaansaplicar, aportar, llevar
Deensanbringen