intoming

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zichzelf of anderen bedwingen, matigen en beheersen
    Hoe zal de Schepper en Onderhouder van deze aardbol, waarover Verhulst schrijft, Zich voelen? Geen vraag? Misschien niet, het derde gebod is helder en laat als het gaat om Verhulsts vloeken geen ruimte. Toorn? Vast wel. Want de Heere zal niet onschuldig houden die Zijn naam ijdel gebruikt. Verdriet? Vast nog veel meer. Het gebod is gegeven tot welzijn, gegeven tot intoming van onze ongebreidelde natuur en neiging tot het verkeerde. De Schepping zucht... door onze schuld. Reformatorisch Dagblad Aad van Toor 12-05-2009 [https://www.rd.nl/opinie/columns/libris-literatuurprijs-1.1347483 Libris literatuurprijs]

Etymologie

* van intomen