beheersing

vrouwelijk (de)/bəˈhersɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het meester zijn over.
    Het liefst wilde hij de hele boel bij elkaar vloeken, volledig door het lint gaan. Een opleving van uiterste beheersing verhinderde dit echter.

Etymologie

* van beheersen

Vertalingen

Spaansdominio