inboorling
mannelijk (de)/ˈɪmborlɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) iemand die in een aangegeven land, streek of plaats is geborenDe term autochtoon heeft een positieve gevoelswaarde terwijl de term inboorling denigrerend bedoeld is.
- een autochtone bewoner van een niet-westers land- In dat land woonden inboorlingen.- Op een verlaten strand achter het dorp van de inboorlingen stuitte ik op een spoor van verse voetstappen. {{Aut|Mitchell, David
Etymologie
*van Middelnederlands inboorlinc; op te vatten als samenstellende afleiding van in (bijwoord) en geboren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek