inboezemen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- iemand een gevoel geven van (afkeer, ontzag, respect, vertrouwen, vrees, bewondering, angst enz.)Het zijn juist die Amerikanen die haar angst inboezemen. Het lukt haar nog wel om de jonge mannen met hun dierlijke levenslust los te zien van de brandbommen op Asakusa, maar niet van wat er zich in het cederbos heeft afgespeeld.{{Aut | Beijnum, Kees vanDe gevolgen waren groot. Om onschuld te verkrijgen, moesten ze alles aan zichzelf opgeven wat ontzag en bewondering kon inboezemen. Waarschijnlijk waren ze allemaal bereid een dergelijk offer te brengen, zelfs al zouden ze hun zelfrespect verliezen, want in de lente van 1606 zwermden ze uit over de menselijke wereld. Horden cherubijntjes verspreidden zich over heel Zuid- en West-Europa. Kleine, mollige, naakte jongetjes met witte vleugeltjes doken langzamerhand overal op waar mensen bijeen waren. {{Aut | Knausgard, OveDaarvoor boezemde zijn gezicht te veel angst in.
Vertalingen
Engelsinspire
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek