inspreken
/ˈɪnsprekə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) door praten een overtuiging bewerkstelligenDe trainer had hen voor de wedstrijd nog moed ingesproken.
- (ov) via een microfoon een geluidsopname vastleggenHij had een kort bericht ingesproken.
- tweede betekenisomschrijvingZin met het inspreken in de tweede betekenis erin.
- enz.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek