inspanning
vrouwelijk (de)/ˈɪnspɑnɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de fysieke moeite die men voor iets doetDe wandeling naar de top van de berg was een hele inspanning.Met een haast bovennatuurlijke inspanning wist hij zich ook daaruit te redden en een hoger gelegen schuurtje te bereiken.De combinatie van de fysieke inspanning en de leegte in je hoofd is betoverend.
Etymologie
* van inspannen .
Vertalingen
Engelsexertion, effort
Franseffort
DuitsAnstrengung, Aufwand
Spaansesfuerzo
Italiaanssforzo
Portugeesesforço
Poolswysiłek
Zweedsansträngning, insats
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek