iconografie

vrouwelijk (de)/iˌkonoɣraˈfi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bestudering en beschrijving van onderwerpen die in de beeldende kunst worden getoond
    Aby Warburg (1866-1929) wordt vaak genoemd als een van de grondleggers van de kunsthistorische wetenschap én als een van de bedenkers van de iconografie, de studie naar de inhoud en betekenis van een kunstwerk.

Etymologie

*via middeleeuws Latijn "iconographia" van "εἰκονογραφία" (tekening, schets, beschrijving), in de betekenis van ‘beeldbeschrijving’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824

Vertalingen

Engelsiconography
Fransiconographie
DuitsIkonografie
Spaansiconografía