iconoclast

mannelijk (de)/ˌikonoˈklɑst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kunst, religie (kunst) (religie) beeldenstormer, iemand die uit godsdienstige overtuiging beelden en afbeeldingen van personen vernielt
    De rondleidster kwam met een hypothese die ik nooit had kunnen bedenken: „Misschien ging die iconoclast ’s avonds ook gewoon eten bij zijn moeder, en als ze dan zou vragen: ‘Wat heb je vandaag gedaan?’, vond hij het misschien toch te ver gaan om te moeten zeggen: ‘Ik heb Gods gezicht van de muur gebikt.’”
    Soo seydt hy dan, dat de vraghe ghestelt is al oftse van eenigh [[donatisme

Etymologie

*via "iconoclaste" en middeleeuws Latijn "iconoclasta" van "εἰκονο•κλάστης" (eikono·klastès), gevormd met "εἰκών" (eikoon) "afbeelding (icoon)" en "κλᾰ́ειν" (kla-ein) "breken", letterlijk: "beeldenbreker". In de betekenis van ‘beeldenstormer’ voor het eerst aangetroffen in 1647 (zie vindplaats hieronder).