huiskat
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhœyskɑt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) getemde katachtige, een van de oudste huisdieren van de mens,Een huiskat is de tamme variant van de wilde kat, is minder ondernemend en heeft puntige in plaats van een stompe staart.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek