dakhaas
mannelijk (de)/'dɑkhas/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die veel op het dak is, een dakdekker
- (schertsend) kat (al dan niet bestemd voor de maaltijd)
- stom, vervelend persoon zonder duidelijke betekenis'Achterlijke dakhazen met hun idiote prijzen,' zei hij, het kwam duidelijk recht uit het hart.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek