horten

/ˈhɔrtə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. intr (intr) haperen, schokken
  2. ov (ov) aansporen (bijvoorbeeld van een paard)

Etymologie

*: "hort" met de uitgang -en

Uitdrukkingen

  • De hort op zijnop pad zijn
  • met horten en stoten

Vertalingen

Engelsshake