horten
/ˈhɔrtə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (intr) haperen, schokken
- (ov) aansporen (bijvoorbeeld van een paard)
Etymologie
*: "hort" met de uitgang -en
Uitdrukkingen
- De hort op zijn — op pad zijn
- met horten en stoten
Vertalingen
Engelsshake
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek