Hortensia

mannelijk/vrouwelijk (de)/hɔrˈtɛnsija/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plant met grote bolvormige bloemen (die eigenlijk een verzameling zijn van veel afzonderlijke bloemen) uit het geslacht
    Het gras groeide bijna tot in de dakgoot. De moestuin was overwoekerd met onkruid. Het land had gehooid moeten worden. De hortensia's in de voortuin waren verdord. En in plaats van me daar schuldig over te voelen was ik bezig met het plannen van mijn volgende zeilreis. Dit boerenleven paste niet meer bij me. {{Aut | Zwagerman, Marianne
    Zijn moeder reserveerde in haar schrift minder ruimte voor groenten. Ze waren nu met z'n tweeën. De lege plekken werden ingevuld met namen van bloemen: asters, lelies, hortensia's, gladiolen, klaprozen, korenbloemen, kraaienbloemen, zonnebloemen. Ze werden in maart met kippenmest gezaaid. Twee maanden later liep zijn moeder met het eerste boeket uit de tuin naar de begraafplaats, elke week legde ze andere bloemen op het graf van haar man en dat van haar zoon.{{Aut | A.L. Snijders

Etymologie

**een roepnaam van , zijn minnares, assistent en medereiziger.

Vertalingen

Engelshydrangea