hort

mannelijk (de)/hɔrt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plotselinge beweging
  2. weg

Etymologie

* In de betekenis van ‘korte stoot’ voor het eerst aangetroffen in 1350

Uitdrukkingen

  • de hort op zijnaan de zwier zijn, uitgaan waarbij vaak alcohol gebruikt wordt
  • met horten en stotenmet schokken vooruitgaan
  • hort sikaanmoediging om een paard te laten lopen

Vertalingen

Engelsshake