hoerenjager

mannelijk (de)/ˈhurə(n)ˌjaɣər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (scheldwoord) man die vaak de diensten van prostituees gebruikt
    At! Dat was tegen At Offinga. Deze [g]evangenisklant, deze dief en luilak, die het bed van Regina gedeeld had...! Ekke siste de woorden op de twee af: - Een hoer en een hoerenjager! Dáár! Dat is, wat ik een schande noem!