hoera
onzijdig (het)/huˈra/
Betekenis
tussenwerpsel
- uitroep van vreugdeHoera! Ik ben jarig.Leve de koningin! Hoera! Hoera! Hoera!
zelfstandig naamwoord
- toejuiching, applausDe prijs van geld klopt niet meer. En dat heeft iets engs. Het betekent dat risico nemen te goedkoop is. Daar krijg je bubbels en kredietcrises van. Dus ik zeg: drie hoeraatjes voor de domme spaarder. We zullen nog veel aan hem hebben. NRC 6 juli 2013 [https://www.nrc.nl/nieuws/2013/07/06/drie-hoeraatjes-voor-de-domme-spaarder-1268218-a240472 Drie hoeraatjes voor de domme spaarder]
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘hiep, hoera tussenwerpsel: uitroep bij verjaardag’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1845
Vertalingen
Engelscheer, hooray
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek