hersens

meervoud/ˈhɛrsəns/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) waarnemend, aansturend, controlerend en informatieverwerkend orgaan in dieren
    Olifanten en walvissen hebben grotere hersens dan mensen, maar mensen zijn intelligenter.
  2. vermogen om goed over dingen na te denken
    Ik hou wel van een vrouw met een beetje hersens.
  3. metonymisch (metonymisch) lichaamsdeel waar het brein in zit
    Wanneer het angstige dier in een hoek is gedreven, slaat een man met een stok zijn hersens in.

Etymologie

*, alternatieve vorm van "hersenen" opgevat als meervoud van "hersen"