verstand

onzijdig (het)/vərˈstɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kennis, weten
    Ik heb geen verstand van brommers.
    Gijs lijkt overal verstand van te hebben en etaleert die kennis graag. Zeker in het bijzijn van andere mannen - Giorgos in dit geval - alsof hij met ze probeert te wedijveren.
    Gijs lijkt overal verstand van te hebben en etaleert die kennis graag. Zeker in het bijzijn van andere mannen - Giorgos in dit geval - alsof hij met ze probeert te wedijveren.
  2. denkkracht, denkvermogen (met betrekking tot het brein)
    Hij kon daar met zijn verstand niet bij.
    De Amerikaanse presidentskandidaat Nikki Haley heeft, zaterdag op campagne voor de Republikeinse voorverkiezingen, haar twijfel uitgesproken of haar voornaamste tegenstander Donald Trump nog wel goed bij zijn verstand is. [https://www.nrc.nl/nieuws/2024/01/21/haley-waarschuwt-voor-mentale-aftakeling-van-trump-a4187620 www.nrc.nl (21 jan 2024)]
    Het was alsof er meerdere mensen in mijn hoofd meeliepen, iedere stem met een eigen motivatie: soms vanuit mijn ego, soms vanuit mijn verstand en soms vanuit pure angst.

Etymologie

*van Middelnederlands "verstant", in de betekenis van ‘denkvermogen’ aangetroffen vanaf 1345

Vertalingen

Engelsintellect, knowledge, logical reasoning
DuitsKenntnis, Wissen, Verstand
Spaansconocimiento, cordura, entendimiento